Monitor sociale veiligheid PO en VO 2010-2016

 

www.praktikon.nl  december 2016

Veiligheid op en rond school wordt sinds 2006 actief door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gemonitord. Het ITS, onderdeel van de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft in 2006 de basis gelegd voor het onderzoek-model van de landelijke monitor. Met het opheffen van het ITS in 2016 is de rapportage van de monitor voor dat jaar overgenomen door Praktikon. De monitor geeft een beeld van schoolveiligheid op landelijk niveau.

 

 

 

Resultaat P(S)O

Door de jaren heen voelt het grootste deel van zowel leerlingen in het primair onderwijs zich veilig op school. Dit is een stabiel beeld, bij leerlingen ligt dit percentage van 2010 tot 2016 tussen de 94% en 97%.

Twee jaar geleden gaf 14 procent van de kinderen in het primair onderwijs aan gepest te worden. Dit percentage is gedaald naar 10 procent. Dit zijn nog geen trends, omdat pas van een trend gesproken kan worden als er minstens drie tijdstippen zijn.

In vergelijking met 2014 (60%), geven in 2016 (65%) meer leidinggevenden aan dat er op hun school actief beleid wordt gemaakt op maatregelen omtrent de veiligheid. Het vóórkomen van incidenten geeft door de jaren heen een stabiel beeld

Resultaat V(S)O

Ook in het voortgezet onderwijs voelt het grootste deel van de leerlingen zich door de jaren heen veilig op school. Het percentage leerlingen dat zich veilig voelt op school is vanaf 2006 tot 2016 door de jaren heen stabiel tussen de 93% en 95%.

in het voortgezet onderwijs worden minder kinderen gepest. Twee jaar geleden ging het om 11 procent van de leerlingen, dat is nu 8 procent. In totaal geeft 5% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs aan wekelijks of dagelijks te worden gepest, ook dit percentage lag in 2014 echter hoger op 8%. Dit zijn nog geen trends omdat pas van een trend gesproken kan worden als er minstens drie tijdstippen zijn.

LHBT leerlingen voelen zich over het algemeen minder veilig op school dan niet-LHBT leerlingen. Dit geldt zowel voor jongens als voor meisjes. De uitkomsten voor 2016 laten wel een iets positiever beeld zien dan de uitkomsten van 2014, maar de verschillen zijn niet significant. Homoseksuele jongens en lesbische meisjes worden aanzienlijk vaker gepest of zijn vaker slachtoffer van geweld dan niet-LHBT jongens of meisjes. Deze resultaten zijn in 2016 nagenoeg gelijk aan 2014.

Leerlingen zijn het vaakst slachtoffer van verbaal geweld, over de gehele periode vanaf 2006 heeft ongeveer een derde (30%) van de leerlingen hiermee te maken gehad als slachtoffer. Over de gehele periode is ongeveer 5% tot 8% van de leerlingen slachtoffer van seksueel geweld. Alle percentages zijn redelijk stabiel over de jaren, er is geen duidelijke trend zichtbaar.

Twee derde (67%) van de leidinggevenden geeft in 2016 aan dat de locatie actief beleid voert ten aanzien van deze maatregelen. Over de jaren worden er volgens leidinggevenden steeds vaker maatregelen met betrekking tot het veiligheidsbeleid op scholen genomen, van 61% in 2006 naar 69% in 2014. Met de meting van 2016 erbij kan worden gesteld dat vanaf 2012 dit percentage redelijk stabiel blijft rond de 68%. Wat betreft het vóórkomen van incidenten is er bij sommige incidenttypes een stijging te zien in het aantal schoollocaties waar de incidenten zich voordoen en bij andere een daling.