Columns voor vertrouwenspersonen onderwijs

Nieuw in 2020

Nu de LVVV een vakgroep voor vertrouwenspersonen die werkzaam in het onderwijs kent, wordt de maandelijkse LVVV-nieuwsbrief uitgebreid met een serie columns rondom vertrouwenswerk in de onderwijssector

Ex

De Meldplicht Zedenmisdrijven die voor interne vertrouwenspersonen in de onderwijssector geldt, zorgt regelmatig voor verwarring. In mijn vorige column besteedde ik hier al aandacht aan. De wettelijk verplichte melding van een vermeend zedendelict bij het schoolbestuur kan de opmaat zijn voor een aangifte door de bestuurder. Ik breng deze wettelijke bepaling nog even in de herinnering:

WVO Artikel 4a. Verplichting tot overleg en aangifte inzake zedenmisdrijven

1.       Indien het bevoegd gezag op enigerlei wijze bekend is geworden dat een ten behoeve van zijn school met taken belast persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf tegen de zeden als bedoeld in Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht jegens een leerling van de school, treedt het bevoegd gezag onverwijld in overleg met de vertrouwensinspecteur, bedoeld in artikel 5a.

 

2.       Indien uit het overleg, bedoeld in het eerste lid, moet worden geconcludeerd dat er sprake is van een redelijk vermoeden dat de desbetreffende persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf als bedoeld in het eerste lid jegens een leerling van de school, doet het bevoegd gezag onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 127 juncto artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, en stelt het bevoegd gezag de vertrouwensinspecteur daarvan onverwijld in kennis. Voordat het bevoegd gezag overgaat tot het doen van aangifte, stelt het de ouders van de betrokken leerling, onderscheidenlijk de betreffende ten behoeve van de school met taken belaste persoon, hiervan op de hoogte.

3.       Indien een personeelslid op enigerlei wijze bekend is geworden dat een ten behoeve van de school met taken belast persoon zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf als bedoeld in het eerste lid jegens een leerling van de school, stelt het personeelslid het bevoegd gezag daarvan onverwijld in kennis.

 

Uit:  Wet op het Voortgezet onderwijs

 

En dan belt een interne vertrouwenspersoon die mijn cursus Vertrouwenspersoon nieuwe stijl volgde, me met deze vraag:

‘’Ik zit met het volgende, omdat ik vertrouwenspersoon ben op onze school benaderde een docente mij met een situatie. Haar ex-man die tot voor kort bij ons op school A werkte, heeft een relatie met een minderjarige leerling op zijn nieuwe school B. Dit leek haar belangrijk genoeg om te melden bij de vertrouwenspersoon. En dus moet ik nu melden ja of nee?’’

Als we bovenstaande wettelijke bepaling onder lid 3 lezen, dan lijkt het antwoord duidelijk. Het ingewikkelde is dat de vertrouwenspersoon en de docente op school A werken en de ex op school B. Ook de leerling zit op school B. De term ‘’de school’’ in bovenstaand citaat slaat op één en dezelfde school met het oog op jurisdictie van het bevoegd gezag. Of te wel: de bestuurder van school A heeft geen zeggenschap op school B.

Deze interne vertrouwenspersoon heeft in dit geval geen meldplicht. Die is beperkt tot vermoedens rondom personeelsleden van de eigen school. Wat doet deze interne vertrouwenspersoon dan wel met de melding van haar collega?

De vertrouwenspersoon kan met de docente verkennen of en zo ja hoe zij haar bezorgdheid onder de aandacht wil brengen. De docente kan haar informatie delen met haar eigen directie van school A. Maar of dit zinvol is, is de vraag. De privacywetgeving zorgt er namelijk voor dat de bestuurder van school A niet zomaar de werkgever van school B kan informeren over het liefdesleven van een ex(-werknemer). Dan is er de optie dat de docente de schoolleiding van B informeert of een melding maakt bij de politie. Kortom, de collega is zelf verantwoordelijk voor eventuele vervolgstappen.

Nog even terug naar de vertrouwenspersoon. Waar een melder ook mee komt, het is en blijft van groot belang dat de vertrouwenspersoon zich aan zijn/haar taak houdt en de verantwoordelijkheden daar laat waar ze horen. Laat de reddersrol aan je voorbijgaan. Bedenk: de bezorgdheid van deze collega kan welgemeend zijn, maar er kan ook sprake zijn van een wraakactie op een (overspelige) ex. Een professionele vertrouwenspersoon laat zich niet voor karretjes pannen.

Anke Visser leidt sinds 1989 vertrouwenspersonen voor het onderwijs (PO, VO, MBO) op. www.ankemvisserschoolveiligheid.nl

De LVVV-geaccrediteerde cursus ‘Vertrouwenspersoon nieuwe stijl VO en MBO’ verzorgt zij vanuit www.cedgroep.nl

 

 

Lees verder op:

www.lvvv.nl/nieuwsbrieven